Het spijt me.
Ik was voornemens om vanavond
een heel mooi stukje te schrijven.

Niet zomaar een stukje, maar een heuse
klassieker onder de frankoverlaststukjes.
Zo eentje dat je laat lachen en dat afsluit met een traan.
Of een snik.

Maar je voelt het al aankomen;
dat stukje zal nooit het digitale daglicht zien.
En dat is jammer.

Ik zou het gaan hebben over de Jezus in mijn jeugd
en dan zou ik vergelijkingen trekken met de protestants-christelijke
basisschool waar ik op heb gezeten en hoe ze daar altijd zeiden dat ik zo goed kon lezen.
En dan zou ik via slinkse wijze in een woordgrap mijzelf Lezus noemen.
Och, het had zo leuk kunnen zijn.

En ik had vanavond tijdens het bereiden van het laatste beetje spruitjespasta
(dankzij de gevolgen van dit gerecht zijn mijn billen officieel op de EU-lijst
van gevaarlijke stoffen gezet) een leuke anekdote verzonnen over hoe
mijn vader vroeger zou hebben geroepen in huis;

'Waarom willen jullie naar de kerk?!
Thuis hebben we ook een vader.
Met maar liefst drie zoons!'

En dan zou ik dit legendarische stukje afsluiten met Gandhi
en dat hij ooit heeft gezegd dat hij Jezus een bewonderenswaardig en mooi figuur vond,
maar alleen zijn volgers niet zo wist te waarderen. En dan zou ik, kort en nonchalant,
een linkje leggen met de Jezus zoals ik die ooit beleefd heb en de bekering van Aaron Neville.
Die zware neger die Jezus vond tussen de kieren en tralies van een Amerikaanse gevangenis.
Met zijn prachtige stem.

Afijn. Die vloer hier maakt zichzelf niet schoon.


Naschrift: omdat het bovenstaande eigenlijk
een tenenkrommend muzikaal werkje is, bij deze
nog even een échte persoonlijke favoriet van Neville: